Index

Roemer Visscher College

Hoofdstuk 4 De inrichting van het onderwijs

4.1 Toelating en plaatsing

Op onze school kunnen de volgende leerlingen instromen in het eerste leerjaar:

  • leerlingen met een advies bbl, eventueel met lwoo
  • leerlingen met een advies kbl, eventueel met lwoo
  • leerlingen met een advies tl, eventueel met lwoo

4.2 Groepsgrootte

Uiteraard houden we rekening met individuele verschillen in aanleg en tempo van de leerlingen. Dit verschil komt mede tot uiting in de groepsgrootte die wij hanteren.

4.3 Interne doorstroom

Het Roemer Visscher College kent een onderbouw van twee jaar. We streven er naar dat de leerling zonder vertraging doorstroomt naar de bovenbouw. De overgangsnormen worden gepubliceerd op de website van de school. Leerlingen die in het eerste leerjaar een grote leerachterstand hebben en voor wie de basisberoepsgerichte leerweg met leerwegondersteuning te moeilijk blijkt, verwijzen we naar een school voor praktijkonderwijs. Aan het eind van het 2e jaar bepaalt de school de leerweg die de leerling in het derde leerjaar zal volgen en zij adviseert over de verdere studie (determinatie).

4.4 Programma van toetsing en afsluiting

In de bovenbouw is het lesprogramma opgebouwd volgens het programma van toetsing en afsluiting (PTA). Dit PTA is te vinden in Magister en wordt gepubliceerd voor de herfstvakantie.

4.5 De rapportage van de resultaten

Tijdens het schooljaar zijn er vijf periodes. Bij elke periode hoort een rapport. Het rapport is een weergave van de leerprestaties van de leerling in cijfers. Dat rapport kunnen ouders en leerlingen zelf inzien in Magister. In periode 2 en 4 wordt het rapport door de mentor tijdens het zogenaamde ontwikkelgesprek aan de wettelijke vertegenwoordigers uitgereikt. Het eindrapport (rapport nummer 5) wordt aan de leerlingen meegegeven. Ouders kunnen tussendoor ook worden uitgenodigd indien de resultaten daartoe aanleiding geven.

4.6 Stages en praktijkleren

De leerlingen krijgen te maken met drie soorten stage: de interne stage van klas 1, de maatschappelijke stage in klas 2, het praktijkleren in klas 3 en 4.

4.6.1 De interne stage

De leerlingen van de eerste klas gaan 10 uur op interne stage. Interne stage betekent dat de leerling in en rondom de school opdrachten krijgt om zo stage-ervaring op te doen. Tijdens deze interne stage staan sociale en stagevaardigheden centraal. Elke leerling krijgt een portfolio met daarin o.a. een aftekenlijst en de stageopdrachten. De interne stage moet voldoende zijn afgerond om bevorderd te kunnen worden naar leerjaar 2.

4.6.2 De maatschappelijke stage

In de tweede klas gaan de leerlingen 30 uur op maatschappelijke stage. De leerlingen doen buiten het schoolgebouw arbeidservaring op bij maatschappelijke organisaties, zoals bejaardentehuizen, voetbalclubs, wijkcentra of vrijwilligersorganisaties. Het doel van deze maatschappelijke stage is onder andere om de leerling kennis te laten maken met het werkveld en vrijwilligerswerk. Bovendien ontwikkelt de leerling algemene sociale vaardigheden. Dezelfde vaardigheden als in klas 1 staan centraal. De maatschappelijke stage moet voldoende zijn afgerond om bevorderd te kunnen worden naar de bovenbouw.

4.6.3 Het praktijkleren in klas 3 en 4

Leerlingen van klas 3 en 4 lopen in totaal 4 weken stage. Dit doen ze bij een stagebedrijf dat past bij hun onderwijsprofiel. De school werkt voor het praktijkleren samen met een aantal grote bedrijven in Den Haag en nabije omgeving. Het bedrijf waar de leerling stage loopt past binnen het profiel dat hij/zij gekozen heeft. Tijdens het praktijkleren in de bovenbouw worden de beroepsvaardigheden verder uitgediept. De school begeleidt de leerling tijdens de leerwerkperiode. De stage in de bovenbouw heeft een eigen PTA en telt dus mee in de overgang. Interne stage, maatschappelijke stage, of het praktijkleren: onze scholen besteden intensief aandacht aan praktijkleren door het nauw met het onderwijs te verbinden. Wij dagen de leerlingen uit om hun kennis te vergroten en hun vaardigheden te ontwikkelen met onderwijs dat aansluit bij hun belevingswereld.

4.7 Het onderwijsconcept

Het onderwijsconcept van het Roemer Visscher College is gebaseerd op de volgende pijlers:

  • In klas 1 en 2 volgen de leerlingen zogenaamde startlessen, die gericht zijn op het verkleinen van achterstanden en het aanleren van schoolvaardigheden.
  • alle leerlingen volgen een kernprogramma. Daarnaast kunnen de leerlingen al in de eerste klas kennismaken met de beroepsprofielen. In de tweede klas gaan ze met twee van deze profielen verder om uiteindelijk voor de bovenbouw er één te kiezen.
  • alle leerlingen in de onderbouw maken kennis met Rots en Water. Zij leren hierbij vaardigheden aan om in verschillende situaties op verschillende manieren te leren reageren.
  • kennismaken met de praktijk in de vorm van stage in alle leerjaren (zie 4.6).

Ad 1 In de startlessen wordt zeer gericht aandacht besteed aan het verkleinen van de leerachterstanden op het gebied van taal en rekenen en worden studie- en sociale vaardigheden aangeboden. Tevens is dit programma goed afgestemd op de reguliere lessen Nederlands en wiskunde/rekenen. Om op maat te kunnen werken, wordt er gebruik gemaakt van digitale leermiddelen en een digitaal leerlingvolgsysteem.

Ad 2 In het kernprogrogramma zitten de algemeen vormende vakken, waarbij Nederlands, Engels en Wiskunde een centrale plaats innemen. Het keuzetraject in de onderbouw leidt bij het basis- en kaderprogramma tot een profielkeuze in de richtingen: Economie en Ondernemen Produceren, installeren en Energie Horeca, Bakkerij en Recreatie. In de bovenbouw hebben de leerlingen 12 uur beroepsgerichte lessen per week. In de mavo volgen de leerlingen naast de kernvakken de vakken aardrijkskunde, economie, natuur-/scheikunde en maatschappijkunde.

Ad 3 De Rots en Water lessen worden gegeven door hiervoor opgeleide trainers.

4.8 De bovenbouw (leerlingen uit leerjaar 3 en 4)

4.8.1 De profielen

Op het Roemer Visscher College hebben wij ons gespecialiseerd in de sectoren Horeca, Techniek en Ondernemen. Door het kiezen van het juiste profiel en de juiste keuzevakken kan een leerling eindexamen doen in de volgende profielen: Economie en ondernemen Horeca, Bakkerij en Recreatie Produceren, Installeren en Energie Binnen de profielen krijgen de leerlingen keuzevakken aangeboden, passend bij zijn/haar interesses rondom Ondernemen, Horeca of Techniek.

4.8.2 Leerjaar 3

In leerjaar 3 begint het tweejarige examenprogramma. Elk cijfer of andere beoordeling die de leerling behaalt, telt mee voor het uiteindelijke eindcijfer in klas 4. De stage wordt op school voorbereid in samenwerking met een externe partij. Hierbij voert de leerling onder meer een sollicitatiegesprek. We besteden ook aandacht aan de daarbij behorende omgangsvormen. Het mentorenteam begeleidt de leerling gedurende de gehele schoolloopbaan. Hierbij is een intensief contact met de ouders/verzorgers essentieel.

4.8.3 Leerjaar 4

Het schoolexamen gaat in de vierde klas verder en het jaar sluit in mei af met een praktijkexamen en een schriftelijk examen. Tijdens dit schooljaar maakt de leerling onder begeleiding van de mentor en de decaan een keuze voor de vervolgopleiding. Alle leerlingen kunnen na het behalen van een diploma instromen in het mbo.

  • Een diploma basisberoepsgerichte leerweg geeft toegang tot een niveau 2-opleiding op het mbo.
  • Een diploma kaderberoepsgerichte leerweg geeft toegang tot een niveau 3- of 4-opleiding op het mbo.
  • Een diploma mavo geeft toegang tot niveau 4 of het havo.

4.9 PTA en eindexamen

In het derde en vierde leerjaar stellen we aan de leerlingen en ouders vóór 1 oktober een Programma van Toetsing en Afsluiting (een PTA) beschikbaar, waarin het volledige programma van dat examenjaar per vak staat vermeld. Deze kunt u terugvinden in Magister. Daarnaast is ook een examenreglement beschikbaar. In het PTA staat onder meer wanneer de school de vakken toetst, de leerstof die de leerling moet beheersen, het niveau waarop de vakken worden afgenomen en de herkansingsregeling.

“Uitgebreide ondersteuningsstructuur”