Index

Roemer Visscher College

Hoofdstuk 6 Leerlingbegeleiding

6.1 Mentor

Om de kans op schoolsucces zo groot mogelijk te maken werken ouders, leerlingen en docenten nauw samen. Elke groep leerlingen heeft een eigen mentor die de speciale zorg heeft voor zijn/haar groep en die een vertrouwensrelatie opbouwt met zijn/haar leerlingen.

De mentor volgt de prestaties en de ontwikkeling van de leerlingen en stimuleert ze. De mentor zorgt er voor dat de leerling optimaal gebruik maakt van het onderwijsaanbod. De mentor begeleidt het groepsproces van de klas. Mochten zich problemen of conflicten voordoen, dan probeert de mentor te bemiddelen.

De mentor is de spin in het web. Hij/zij is onder andere verantwoordelijk voor de dossiervorming, houdt het leerlingvolgsysteem bij van de leerlingen, zit de rapportvergaderingen en leerlingenbesprekingen voor en is verantwoordelijk voor de afhandeling van verzuim en te laat komen. Als een leerling speciale begeleiding of zorg nodig heeft maken we een handelingsplan waar we in alle lessen aan kunnen werken. Ook bij dit handelingsplan is de mentor degene die de lijnen uitzet. De mentor houdt dus alle personen op de hoogte die een taak hebben in de leerlingbegeleiding van een klas. Hij/zij is de eerst aangewezene om contact met de ouders op te nemen en te onderhouden.

6.2 Leerlingcoördinatoren

Naast de mentor heeft de onder- en bovenbouw een eigen leerlingcoördinator. Deze ondersteunt de mentor in de begeleiding van de leerlingen. De leerlingcoördinatoren zijn:

  • mevr. S. Ramautar (onderbouw)
  • mevr. A. Saghiri (bovenbouw)

6.3 Wie zijn er verder bij de leerlingbegeleiding betrokken?

Behalve de mentor, de decaan, de vertrouwenspersoon, zijn er op de school ook een coördinator Passend Onderwijs en een anti-pestcoördinator. De coördinator Passend Onderwijs zorgt ervoor dat de leerlingen, die extra begeleiding nodig hebben, bij de juiste persoon terecht komen. Zo kunnen er gesprekken worden gevoerd met een School Maatschappelijk Werker of een jeugdverpleegkundige. De coördinator Passend Onderwijs onderhoudt het contact met de Ambulante Begeleiders van het Voortgezet Speciaal Onderwijs. Ook kan de school een beroep doen op externe instanties.

Als er meer partijen betrokken zijn bij een leerling, organiseert de coördinator Passend Onderwijs een JeS-overleg (Jeugd en School) waarin onder andere de leerplichtambtenaar en het samenwerkingsverband betrokken worden.

6.4 Het volgen van de leerlingen

Onze school houdt dagelijks alle absenten, laatkomers en zieken per lesuur bij. Deze gegevens slaat de school op in een geautomatiseerd systeem (Magister). Indien daartoe aanleiding bestaat zal de school de gegevens doorspelen naar leerplicht. Alle lesgevende docenten slaan de behaalde resultaten van de leerlingen op in Magister, zodat er op elk moment zicht is op de voortgang van de ontwikkeling, voor zowel ouders als medewerkers.

6.4.1 Ontwikkelgesprekken

Tenminste drie keer per jaar gaat de mentor samen met de leerlingen en de ouders in gesprek. We noemen dit ontwikkelgesprekken. Wij bespreken dan de ontwikkelingen op school, overhandigen het rapport maar zijn ook heel erg benieuwd naar hoe het buiten school met de leerling gaat. De mentor, ouders en de leerlingen maken tijdens dit gesprek afspraken met elkaar over communicatie, (extra) ondersteuning en eventuele andere persoonlijke afspraken. Bij ons is onderwijs altijd op maat.

6.5 De speciale vormen van leerlingbegeleiding

6.5.1 Remediale hulp

De leerlingen die voor de extra hulp op het gebied van rekenen en taal in aanmerking komen, krijgen lesmateriaal op maat. Deze hulp wordt binnen de klas gegeven met ondersteuning van de taal- en rekencoördinatoren.

6.5.2 Taalbeleid

Het taalbeleid heeft als doel de taalvaardigheid van de leerling, zowel mondeling als schriftelijk, bij alle vakken te vergroten. Taal wordt steeds belangrijker. Naast aandacht voor taalvaardigheid in alle lessen zijn er ook diverse projecten die de beheersing van de Nederlandse taal doen toenemen.

6.4.3 Begeleiding via de Buurtschool

In paragraaf 4.5 leest u meer over extra ondersteuning en begeleiding voor ouders, buurtbewoners en leerlingen die we via de Buurtschool aanbieden. Hieronder vallen trainingen, huiswerkbegeleiding en bijlessen.

6.5.4 Leren kiezen

De mentor en de decaan zijn degenen tot wie de leerlingen zich kunnen richten met vragen overstudiemogelijkheden en vervolgopleidingen. Om zich voor te bereiden op het praktijkleren in de bovenbouw volgen de leerlingen al in de onderbouw interne en maatschappelijke stages. De leerlingen uit leerjaar 4 worden voorgelicht over verdere studiemogelijkheden. Zo brengen zij een bezoek aan een opleidingsmarkt, waar alle opleidingen van het middelbaar beroepsonderwijs aanwezig zijn. De decaan ondersteunt de mentoren en de leerlingen bij het kiezen van het vervolgonderwijs.

6.5.5 Interne vertrouwenspersoon

De school wil seksuele intimidatie, agressie, geweld en discriminatie voorkomen en bestrijden. Personeel en leerlingen kunnen de hulp inroepen van de interne vertrouwenspersoon. Elke melding wordt uiterst vertrouwelijk behandeld en objectief en grondig onderzocht. De interne vertrouwenspersoon voor leerlingen op onze school is mevr. L. Moussane.

6.5.6 Anti-pestcoördinator

Als leerlingen elkaar pesten is de mentor de eerste persoon die daar mee aan de slag gaat. Als dit niet voldoende blijkt te zijn, wordt de anti-pestcoördinator ingeschakeld. Op onze school is dat mw. A. Oudshoorn. De stappen die dan genomen worden staan beschreven in ons anti-pestprotocol.

6.5.7 Adres van het samenwerkingsverband

Alle scholen voor regulier en speciaal onderwijs maken deel uit van een samenwerkingsverband. De scholen van de Scholengroep zijn aangesloten bij het samenwerkingsverband SWV Zuid Holland West. Het adres van het samenwerkingsverband is:

SWV Zuid-Holland
West Regulusweg 11
2516 AC Den Haag
Tel. 070  315 63 55
Meer informatie kunt u vinden op: www.swvzhw.nl

“Naast de mentor heeft ieder leerjaar een eigen coördinator”